|
 |
Ingesteld bij Koninklijk besluit van 11 augustus 1948
(Staatsblad I. 366). In aanmerking kwamen:
| I. |
militairen en oud-militairen,
die in werkelijke Nederlandse dienst zijn geweest; |
| a. |
in het tijdvak ná 6 april
1939 en vóór 20 mei 1940 gedurende ten minste 6 maanden; |
| b. |
in het tijdvak ná 9 mei 1940
en vóór 19 mei 1940 buiten het vijandelijk of door de vijand bezette
gebied. |
| |
| II. |
militairen en oud-militairen,
die na 30 augustus 1939 en voor 3 september 1945 gedurende ten minste 6
maanden dienst hebben gedaan aan boord van een onder Nederlands vlag
varend zeeschip of aan boord van een vliegtuig, een en ander uiteraard
wanneer daarmede een Nederlands belang werd gediend. |
| |
| III. |
Ook zij, die niet tot deze
categorieën behoorden, doch gedurende de oorlog in het belang van het
Koninkrijk militaire werkzaamheden hebben verricht. |
| |
| IV. |
Zij, die reeds het
Oorlogsherinneringskruis mogen dragen, komen niet in aanmerking voor
deze onderscheiding. |
Het kruis diende zelf aangevraagd te worden bij de
Commissie betreffende het Mobilisatie-Oorlogskruis te Den Haag. Men
moest er tevens het, voor die tijd, fenomenale bedrag van ƒ 7,50 voor
betalen.
Het is een vierarmig, bronzen kruis met een middellijn van
42 millimeter. De armen zijn in de vorm van gefacetteerde zwaardpunten.
Tussen de armen van het kruis zijn twee gekruiste Nederlandse stormdolken op
een kleine stralenbundel te zien. In het midden van het kruis de in de
mobilisatiedagen gevoerde Nederlandse militaire helm met een lauwertak.
De achterzijde is vlak, met in een cirkelvormig uitgediept vlak de in reliëf
tekst "DEN VADERLANT GHETROUWE".

Het lint is paars met een smalle oranje middenbaan.
Het ontwerp van het kruis is van Frans Smits. |