De negentienjarige Jan Kievit stak na een woordenwisseling in 1942 de Duitse vrouw van een onbetekenende NSB‘er dood in Haarlem. Het Duitse Obergericht veroordeelde hem tot de doodstraf en fusilleerde hem in 1943 op de Waalsdorpervlakte in Den Haag.
Wanneer hij door de Nederlandse justitie zou zijn berecht, was hem waarschijnlijk doodslag ten laste gelegd. Maar omdat hij zich in het begin van de oorlog meldde voor een opleiding van de SS, teneinde daar naar eigen zeggen met een vliegtuig naar Engeland te ontkomen, werd dat door de Duitsers beschouwd als sabotage en kreeg hij de kogel.
Binnen verzetskringen heerst al lange tijd ernstige twijfel over Kievits status als verzetsstrijder. Men spreekt over ‘een gelegenheidsmoord’. Omdat Kievit na de bevrijding als pleger van doodslag niet in gewijde grond op het kerkhof in Overveen mocht worden begraven, riep zijn familie na de bevrijding het Haarlemse verzet te hulp. Dat verzon dat het hier om een liquidatie ging.
Daardoor kon Jan Kievit in gewijde grond worden begraven. Zijn moeder diende na de oorlog een formulier in, waardoor haar zoon op het Ereveld in Loenen kwam te liggen. Boven dat formulier stond destijds al de aantekening ‘Dubieus’.
Het Niod wacht nu op aanvullende informatie van de Oorlogsgravenstichting. Wanneer blijkt dat Jan Kievit ten onrechte als verzetsstrijder is aangemerkt, zal hij van de erelijst van gevallenen worden afgevoerd. De consequentie daarvan kan zijn dat zijn stoffelijke resten van het ereveld in Loenen worden verwijderd.
