Van Sobibor naar Nederland -
getuigenis van Ilana Safran - (Orsula Stern-Buchheim)
Miriam Novitch:
Sobibor - Camp of Death and Revolt, Tel Aviv 1979
Vertaald uit het Pools door Dalia
Tesler, geredigeerd door Yecheskel Raban.
Gepubliceerd door
"Beit Lochamei
Hagetaot" The Ghetto Fighters' House Holocaust and Jewish Resistance
Heritage Museum, Israel and Hakibbutz Hameuchad Publishing House met
behulp van de Hayim and Feigel Frenkel Memorial Fund,
Australia ©
Opgedragen aan de leiders van de Sobibor-opstand; aan allen die het
voortouw namen en deelnamen; en ter nagedachtenis aan de
honderdduizenden slachtoffers van Sobibor.
Vertaald uit het Hebreeuws door Ester Blumwald (bibliothecaresse),
Toronto, Canada.
In opdracht van Judy Cohen en geredigeerd door Ada Holtzman, Israel.* * *
 |
Ik ben geboren in Essen,
Duitsland,
in 1926. Toen de Nazi's aan de macht kwamen, hebben mijn ouders hun
lingerie-winkel gesloten en zijn we naar Nederland gevlucht. Toen
Nederland capituleerde woonden we in Epe. Mijn vader, Albert Stern,
ging bij het verzet. Mijn vader en de archi-tect Donklar
en Peters (Stevans, later omgebracht door de Nazi's)
hoorden bij een groep van 20, die behoorde tot de Verzetsgroep
"Oranje Vrijbuiters". Mijn vader was bedreven
in het gebruik van vuurwapens en hij werd dan ook de instructeur van
de Verzetsgroep op dat gebied. Zijn groep deed een overval op het
stadhuis van Apeldoorn. De buit bestond uit vele
voedselbonnen en belangrijke documenten. |
Een van de taken van deze Verzetsgroep was het zoeken
van veilige onderduikadressen voor vervolgingsslachtoffers en
Britse Luchtmachtpiloten. De "Oranje Vrijbuiters"
onderhielden contacten met Verzetsbewegingen in Utrecht, Hilversum and Rotterdam.
Vele Joden, die leefden met vervalste persoonsbewijzen, vonden onderdak
bij vaderlandslievende Nederlanders.
Helaas werd het onderduikadres van mijn ouders
ontdekt. Zij werden gedeporteerd naar het Oosten en daar zijn ze
vermoord, vermoedelijk in Auschwitz.
Wij zaten ondergedoken in het huis van de familie Pompe. We
waren met 15 personen en het was heel moeilijk voor onze
onderduikverschaffers om voor ons te zorgen. Ons onderduikadres werd
ontdekt en de vrouw des huizes, mevrouw Pompe werd gedeporteerd naar het concentratiekamp Ravensbrück. Drie
van ons - Heinz Neuman, Rudi Cohen and Luky Danielson -
zagen kans te ontsnappen op het laatste moment. Ikzelf, Danielsons
ouders en zijn zuster en ook de heer Lever en zijn zoon werden
overgebracht naar de gevangenis in
Utrecht, vervolgens naar Amstelveen en uiteindelijk naar
het concentratiekamp in
Vught.
In Vught werden vele Joodse families lukraak
gevangen gezet. Ik was 16 en een paar andere meisjes waren
tegelijk met mij gevangen genomen: Claria de Hartog, Nani
en
Cathy Hooks uit Den Haag, Betje van Kreveld, Betje Heimans,
Salma Weinberg uit Zwolle en Mimi Katz uit
Harlem. We waren blij dat we de kans hadden het lijden van de jonge
kinderen enigszins te verlichten, die ook gevangen zaten in Vught.
Het eten dat we kregen was erg slecht, maar wel genoeg. De Duitsers
treiterden ons met eindeloze appèls.
Westerbork, in Nederland, was het concentratiekamp
voor Nederlandse Joden. Wij hebben daar een week gezeten en toen, in april 1943,
zijn we gedeporteerd naar het Oosten - naar Polen.
De tocht door het omvangrijke Polen was een
nachtmerrie. Zij, die verbannen werden uit het Westen geloofden heilig
dat ze naar werkkampen werden gebracht. De Poolse Joden wisten in 1943
al dat Sobibor een vernietigingskamp was en zij weigerden de treinen te verlaten
bij aankomst in Sobibor. De SS dwong ze met zwepen en geselde ze en
schoot in het wilde weg mensen neer. Daarna volgde de "Selectie". Alle
meisjes en jonge vrouwen werden gescheiden van de anderen. De meeste
mensen van dit transport, vooral de vele kinderen, werden naar de
gaskamers gestuurd.
Wij, de jonge vrouwen, kregen opdracht onze familie
een postkaart te sturen, die ze aan ons verstrekten, om te melden dat
"we veilig waren aangekomen".
Ik schreef naar mijn vriend in Nederland en de kaart is daadwerkelijk
ontvangen. Toen ik na de oorlog terug ging naar Nederland, liet mijn
vriend me de kaart zien.
Elke dinsdag en vrijdag arriveerden er treinen uit
Westerbork in Sobibor en dat ging door tot juni 1943. Dag en nacht
waren we bezig met maar één ding: uit deze hel op aarde ontsnappen. Maar
hoe doe je dat? Een ontsnapping leek de Nederlandse gevangenen een
onmogelijke missie, omdat ze geen Pools of Oekraïens spraken. Ondanks
dat probeerde een groep Nederlandse gevangenen te ontsnappen uit het
kamp, maar deze werd gevangen en iedereen werd doodgeschoten.
In september 1943 arriveerde een transport uit de
Sovjet Unie in Sobibor. De "Russen" probeerden contacten te
leggen met de Oekraiense garnizoensleden, die "flexibeler" werden
en makkelijker in de omgang nadat de Duitse overwinning onzeker werd. De
Oekraieners mochten het kamp in en uit zo vaak ze wilden en bezochten
vaak het dorp Sobibor. Ze beloofden de "Russen" in contact te
brengen met de Partizanen. Op een afgesproken dag zouden de Partizanen
het kamp aanvallen van buitenaf, maar het plan mislukte. Ondanks dat
grepen een aantal Oekraieners deze gelegenheid aan het kamp te
ontvluchten.
14 oktober: Ik voelde aan dat er iets te
gebeuren stond. Plotseling hoorde ik stemmen: "Rennen, vlucht! "
Ik zag een heleboel mensen naar de
prikkeldraad-omheining rennen en ik holde mee, met Cathy Hooks naast me.
Omdat de groep voor ons door de omheining was gebroken en de mijnen
onklaar had gemaakt die in de grond zaten, zagen we wonderwel kans het
bos te bereiken.... In het bos troffen we Ada Lichtman aan
en met z'n drieën, half bevroren en hongerig, hebben we lang
rondgelopen. Een jongeman wees ons de weg naar het Partizanenkamp.
Tot onze verbijstering constateerden we dat in dit
Partizanenkamp de Poolse en Oekraiense eskaders met elkaar op de vuist
gingen en velen raakten gewond of kwamen om. Deze mensen vermoordden
Joden die hen in de armen liepen bij vluchtpogingen uit het kamp. Op een
dag, we wandelden wat in het bos, hoorden we mensen Jiddisch praten. Met
hun hulp kwamen we bij de Partizanengroep, "Michal"
genaamd. Hier vonden mensen die uit Sobibor waren ontsnapt, een
toevluchtsoord. De Partizanen putten ons uit: we moesten, zonder rust,
50 à 60 kilometer per dag lopen, maar: we waren vrij!
Op een dag werden we aangevallen door een groep Poolse
Partizanen. Ze pakten ons onze wapens af met het excuus dat de
geallieerden apparatuur en wapens hadden gedropt speciaal voor hun en
dat wij deze gestolen hadden.
"Michal's" hoofdactiviteit was het
saboteren van treinrails. In het bos ontfermden we ons over groepen
families, zodat vrouwen en kinderen een veilig onderkomen vonden.
Eindelijk ontmoetten we de Russische Partizanen. Dit
was een echt leger, ongeveer 2000 man, maar ze weigerden iedereen van
onze groep toe te laten. Alleen de jonge mannen voldeden aan hun eisen.
Ze beloofden de vrouwen en meisjes naar het platteland te sturen voor
onderwijs en training, maar wij wilden bij elkaar blijven. Het kostte
ons veel moeite en soms ontaardde het in vechtpartijen, om bij elkaar te
blijven. Bij een van die gevechten, korte tijd voor de bevrijding, kwam
Cathy Hooks om het leven.
Uiteindelijk was daar de lang verwachte dag -
bevrijdingsdag. We gingen naar Wlodawa, een stad bij Sobibor en
daar vond ik Selma Weinberg en haar verloofde, Chaim Engel,
die SS'er Backman heeft gedood tijdens de opstand in Sobibor. Samen
gingen we terug naar de plek des onheils waar we waren gemarteld, maar
er was niks meer van het kamp over. De Duitsers hadden het kamp na de
opstand vernietigd.
Vervolgens reisden we naar Lublin, Chernivtsi (Czernowitz),
Odessa en van daaruit naar Nederland. Maar ik had één grote wens
in mijn hart: Europa te ontvluchten, zo ver mogelijk van Sobibor
vandaan.
Deze getuigenis is in het Duits afgelegd in
het Haagse proces, in 1964.
* * *
Miriam Novitch:
"Ik hoop dat deze tragische
getuigenissen blijvend zullen dienen als een manifest, inhoudende dat de
dag zal komen dat alle vormen van discriminatie zullen verdwijnen in
deze wereld, de haat, de massamoorden en de oorlogen en dat vrede, de
droom van onze profeten, zal heersen op deze aarde."
Met gevoelens van respect Vertaald van het Engels naar het Nederlands
door
Wendy Broer-van der Hak (2005)
|