
Volgens een korte
weergave in boek 10 B van dr. L. de Jong zou door de commandant vooraf aan
de leden van het vuurpeloton de vraag gesteld zijn of zij wel wisten welke
verantwoordelijkheid zij op zich namen. Eén van de leden van het peloton -
een Oberwachtmeister van de Ordnungspolizei uit Apeldoorn - naam onbekend -
zou toen geweigerd hebben om aan de executies deel te nemen. Een vuurpeloton
op verantwoordelijkheid wijzen, het komt mij ongeloofwaardig voor. Het was
in die tijd toch altijd: 'Befehl is befehl' ? Eén van 'de doodskandidaten'
heeft nog getracht te vluchten: het lukte hem niet. Hij werd ook
doodgeschoten. Om 8.30 u. lagen er 117 doden bij elkaar. Bij die lijken werd
een bordje geplaatst met het opschrift 'Zo doen wij met terroristen'.
Passerende fietsers
moesten afstappen en langs de doden lopen. Oud-collega's van mij,
rechercheurs van de Apeldoornse politie, arriveerden die middag om twee uur
ter plaatse. Ze sneden de touwen door waarmee de slachtoffers waren gebonden
en begonnen met de identificatie. Toen ongeveer 30 doden waren
geïdentificeerd, gaven de Duitsers het bevel met dat werk te stoppen. De 117
doden werden met vrachtauto's vervoerd naar de begraafplaats Heidehof in
Apeldoorn en daar in een inmiddels gedolven massagraf begraven. De 117
behoorden tot het totale aantal van 263 personen die die dag als wraak voor
de aanslag om het leven werden gebracht.
Het waren er 38 in Den
Haag (waaronder een jongen van 15 jaar), 6 in Utrecht, 53 in Amsterdam en 49
in Amersfoort. Een nog in leven zijnde goede vriend van mij was chauffeur op
één van de vrachtwagens. De aanblikken van die middag zijn onuitwisbaar in
zijn geheugen gegrift. In de spiegel van de door hem bestuurde auto kon hij
gezichten en met schoenen en klompen geschoeide voeten zien. Een dochter van
de herbergier van 'De Woeste Hoeve' - voorzover mij bekend leeft ook zij nog
- heeft van hetgeen zij in de avond/nacht van de aanslag en hetgeen zij in
de morgen van de fusillade heeft gezien vanuit een dakraam, een verslag
gemaakt. Na de bevrijding kreeg ik van een familielid van haar een afschrift
daarvan.
Begin 1947 kwam ik vanuit de Koninklijke Marechaussee bij de Apeldoornse
politie, waar ik het overgrote deel van mijn diensttijd heb doorgebracht bij
de afdeling recherche. In de jaren 1954/1956 gestationeerd op de politiepost
in Beekbergen, kwam ik ook in contact met bewoners van het buurtschap Woeste
Hoeve. In mijn recherchejaren had ik vrijwel dagelijks contact met oudere
collega's die de donkere oorlogsjaren hadden meegemaakt en die kort na de
fusillade ter plaatse waren geweest. Eén van hen is nog in leven. Hij
maakte, in opdracht van de Duitsers, in de morgen na de aanslag een serie
foto's bij Woeste Hoeve.
Op 25 april 1945, toen
de Duitsers verdreven waren, fotografeerde hij eveneens de opening van het
massagraf. Het is hem te danken dat die serie bewaard is gebleven. De foto's
zijn schokkend om te zien. Door mijn intense belangstelling voor hetgeen
zich bij Woeste Hoeve op 6 en 8 maart 1945 heeft afgespeeld en de 'verhalen'
die daarom heen later zijn ontstaan heb ik in de loop der jaren tijdens
gesprekken daarover zeer veel vragen op die collega's afgevuurd. Zij hebben
mij ook veel verteld. Na de opgraving zijn de doden herbegraven in plaatsen
van herkomst, een aantal op Heidehof en in latere jaren ook op de
Erebegraafplaats in Loenen, gemeente Apeldoorn. De eerste opgegravene was
een opperwachtmeester van de Koninklijke Marechaussee uit Drente, 36 jaar
oud en vader van acht kinderen.
115 van de 117 doden
konden worden geïdentificeerd, bij 2 is dat tot heden nimmer gelukt. Zij
liggen als onbekende doden op het Ereveld in Loenen begraven. Hoe is het
mogelijk ? Zij hebben toch een vader en een moeder en mogelijk verdere
familie ! Het onbekend blijven van die twee knaagde en knaagt nog aan mij.
Vanaf de vijftiger jaren ben ik bezig om achter hun identiteit te komen.
Stapels brieven verstuurde ik naar instanties in binnen- en buitenland. Het
is mij - tot heden -nimmer gelukt dat raadsel te ontwarren. Ik moet even
memoreren dat ik de laatste drie jaar veel samenwerk met de heer H. Berends
uit Apeldoorn die, hoewel hij niet bewust de jaren 1940/1945 heeft
meegemaakt, een onvoorstelbaar groot doorzettingsvermogen en enorme speurzin
bezit. Ik heb daar grote bewondering voor en het is aan hem te danken dat
van 114 geïdentificeerden de reden van hun gevangenschap en andere
achtergrondinformatie bekend is geworden. Dat alles heeft hij op een
bijzonder duidelijke wijze op schrift gesteld.
56 procent van de
doden was jonger dan 34 jaar. Drie waren de dag voor hun sterven jarig
geweest; één werd toen 28 jaar en twee 36 jaar. De jongste was een 17-jarige
Joodse jongen, genaamd Julius Hoek. De oudste was de 75-jarige Matthijs v.d.
Harst. Op het Loenense Ereveld liggen die oudste en jongste zeer dicht bij
elkaar begraven. De 115-de geïdentificeerde had een Duits klinkende naam en
wel Helmut Seyffards. Ook zo'n probleem. Wie was hij ? Onvoorstelbaar veel
navraag en onderzoek heb ik in de loop der jaren verricht om nabestaanden
van hem op te sporen. Het is tot op heden niet gelukt. Zijn eventuele
nabestaanden hebben tot nu toe niet geweten dat hij in Apeldoorn begraven
ligt. Van deze plm. 30-jarige Seyffards zijn ons wel andere gegevens bekend
geworden.
Vanaf 1945 tot heden
toe, circuleert het al eerder reeds omschreven schijnbaar onuitroeibare
'gerucht' dat een lid van het vuurpeloton geweigerd had deel te nemen aan de
executies. Later ontstond de aanvulling dat die man door zijn commandant
tussen de 'doodskandidaten' was geplaatst en gelijktijdig met hen was
gefusilleerd. Nooit heb ik iemand gesproken die een in Duits uniform
gestoken dode tussen al die lijken heeft zien liggen. Toch wordt nog steeds
in bladen en boeken vermeld dat die 'weigeraar' Helmut Seyffards is geweest.
Bewijsbaar is dat hij dat niet is.
Enkele jaren geleden
kreeg ik een 'spoortje' in handen dat leidde naar een groot dorp in de
Gelderse Achterhoek. De eerste stappen op dat 'lijntje' zette ik samen met
mijn vrouw. In de landelijke omgeving van dat dorp spraken wij met twee
bejaarde landbouwers, broers van elkaar. Zij hadden de laatste maanden van
de oorlog gevangen gezeten in de gevangenis de Kruisberg bij Doetinchem
wegens het verbergen van een jonge gedeserteerde militair van de Duitse
luchtmacht. Op een ander adres is die soldaat gepakt en doodgeschoten. Deze
twee mannen waren medegevangenen geweest van Helmut Seyffards en zij wisten
veel over hem te vertellen. Seyffards was zeer zwijgzaam en uit spaarzame
gezegden van hem kon worden opgemaakt dat hij uit Polen kwam. Samen met de
heer Berends is één en ander verder uitgewerkt en is een volgend gesprek met
deze landbouwers op film vastgelegd. Seyffards zat al voor december 1944 in
de Kruisberg gevangen. De broers wisten zelfs de kleding van Seyffards te
noemen, hetgeen grotendeels overeenkomt met de kleding die hij droeg toen
hij uit het massagraf werd opgegraven.
Het staat vast dat
Helmut Seyffards een gevangene van de Duitsers was en dat hij tot het
vuurpeloton zou hebben behoord is een fabel. Hij ligt begraven op Heidehof
in grafno. 1036. Is er wel een mogelijke weigeraar doodgeschoten? Ik heb in
al die jaren, ondanks intensief onderzoek het bewijs niet kunnen vinden en
zet er dan ook een groot vraagteken bij.
Rauter herstelde van zijn verwondingen. Op 11 mei 1945 werd hij door de
Britse Militaire Politie in een hospitaal in Duitsland gearresteerd. Tijdens
zijn gevangenschap heeft hij nog beentransplantaties op zijn verminkte kaak
ondergaan. 6 februari 1946 werd hij overgedragen aan de Nederlandse
autoriteiten. Na een tegen hem gevoerd proces, werd hij op 4 mei 1948 ter
dood veroordeeld. Hij tekende beroep aan bij de bijzonder raad van cassatie.
Door die raad werd het vonnis bevestigd op 12 januari 1949. Gratieverzoeken
- niet van Rauter zelf - werden afgewezen en op 25 maart 1949 werd hij
ongeblindoekt in de duinen bij Scheveningen door een Nederlands vuurpeloton
gefusilleerd. Hij was toen 54 jaar oud, 9 jaar getrouwd en vader van drie
kinderen.
De 117 doden van Woeste Hoeve hebben een aanwijsbaar graf. Rauter niet, want
bij navraag werd mij bekend dat zijn graf een staatsgeheim is. Dit was het
relaas van de tragedie bij Woeste Hoeve. Voor hen die de jaren 1940/1945
bewust hebben meegemaakt in Nederland, maar ook voor onze oud-militairen van
de Prinses Irenebrigade zijn het onvergetelijke jaren. Het leed van toen is
te groot geweest om te vergeten. Veel wonden zijn geheeld maar grafstenen en
gedenktekens wijzen als littekens terug naar die tijd. Zo zette ik de klok
even terug naar die 8ste maart 1945. In de aanhef van dit artikel noemde ik
de Prinses Irenebrigade en hiermee wil ik ook besluiten.
Toen wij in bezet Nederland zuchtten onder 's vijands zware druk van
wegvoeringen, vervolgingen, arrestaties, fusilleringen, martelingen,
Silbertanne moorden en honger, wat leek Engeland en de Irenebrigade toen ver
weg ! Toch werd er over jullie gesproken. Ondanks onze scheiding wisten wij
dat daar aan de overkant van de Noordzee gedacht, getraind en gewerkt werd
om ons te bevrijden.
Jullie doden kunnen het niet meer horen, maar tot hen die nog in leven zijn
zeg ik het ook nu nog na ruim 47 jaren van vrijheid: Mannen van onze
onvergetelijke Prinses Irenebrigade, dank, duizendmaal dank dat jullie met
inzet van jullie leven zo voor onze vrijheid hebt gevochten.
W. Beens
Boerhavestraat 5
7316 JA Apeldoorn
Apeldoorn |