Herman Leonard Lucas
Herman Leonard
Lucas, geboren te Hengelo op 19 november 1921, gefusilleerd op de
Waalsdorpervlakte op 21 maart 1942. Zijn lichaam is nimmer
gevonden/geďdentificeerd.
Poging van Westlandse Engelandvaarders mislukt
Naaldwijker Herman Lucas probeerde zestig jaar geleden
tevergeefs naar Engeland te ontkomen. Later in de oorlogsjaren werd Lucas,
die allerlei verzetsdaden pleegde, verraden.
Op een zaterdagavond in maart Van het oorlogsjaar 1941 moet het gebeuren.
Drie jongens maken van het nachtelijk duister gebruik om te proberen met een
bootje met buitenboordmotor als 'Engelandvaarders' de Nieuwe Waterweg bij
Hoek van Holland op te varen. Het land uit. Naar Engeland.
Maar - ondanks het feit dat ze door een groepje Naaldwijkers worden geholpen
- loopt hun onderneming vandaag zestig jaar geleden op niets uit. Een van
hen is Herman Lucas. Negentien jaar oud Zoon van de Naaldwijkse
gemeentearchitect Lucas. Zijn moeder verblijft in een inrichting en omdat
zijn vader een drukke baan heeft, is er maar weinig controle op het doen en
laten van Herman. In 1939 reed Herman nog met een motorfiets, merk DKW, heen
en weer van Naaldwijk naar Den Haag als leerling van de rooms katholieke
mulo. Toen hij op een dag in Rijswijk een lekke band kreeg, ontmoette hij
daar de even oude rijwielhandelaar Theo Trompert uit de Kerkstraat. Net als
Herman bleek deze op vliegveld Ypenburg een cursus zweefvliegen te volgen.
Herman haalde wel zijn A-brevet, maar toen een jaar later de oorlog uitbrak,
kon hij naar zijn B-brevet fluiten. Al tijdens de mobilisatie werd het
vliegveld voor burgers gesloten.
Buitenboordmotor
Maar de vriendschap met Trompert en diens vriend Nijman, blijft. De jongens
hebben het idee 'iets tegen de Moffen te moeten doen', waarna zij op zoek
gaan naar wapens, die tijdens de eerste oorlogsdagen in de Vliet zouden zijn
geworpen. Ze vinden niets, maar daar laten ze zich niet door ontmoedigen. Er
worden gestencilde blaadjes verspreid en in cafés die door de Duitsers
werden bezocht, zouden wapens buitgemaakt zijn. Het idee naar Engeland te
vluchten ontstaat al gauw. Herman denkt er zelfs over een vliegtuigje op
Ypenburg te stelen om zo de zee over te steken. Hij zou het liefst dienst
nemen bij de inlichtingsdienst om spionagewerk te verrichten. Maar het plan
om naar de overkant te vliegen laat hij varen. Wel zou het misschien via het
water kunnen. Op een avond weten Herman en Theo een boot met
buitenboordmotor, die in een loods bij de Geestbrugweg in Rijswijk ligt, weg
te halen en op een aanhangwagen, die normaal bestemd is voor het vervoeren
van zweefvliegtuigen, te leggen. Een agent, die de jongens bezig ziet,
schiet zelfs nog even niets vermoedend te hulp. Boot en motor worden daarna
tijdelijk opgeslagen. Intussen weet Herman uit de garage van de Naaldwijkse
brandweer in de Koningstraat de voor de overtocht nodige benzine te stelen.
Eindelijk breekt de zaterdagavond aan, waarop de boot op een vrachtauto
wordt geladen en naar de Nieuwe Waterweg wordt gereden. Herman Lucas en de
twee Rijswijkse vrienden Roel de Wilde (18) en Cor Niiman (21), die met hem
mee willen, worden die avond geholpen door vier vrienden uit Rijswijk en het
Westland. Wim Neervoort, zoon van een bakker, heeft nog gezorgd voor een
tarwebrood en twee rollen pepermunt. Maar op weg naar De Hoek passeert de
vrachtwagen een groep Duitsers. Om ze te misleiden heffen de jongens gauw
het weermachtslied 'Denn wir fahren gegen England' aan. Hoewel zij de
vijand dan te vlug af lijken te zijn, worden ze toch vlakbij het slachthuis
Vianda, gelegen aan de Nieuwe Waterweg toch door een Duitse patrouille
gestoord, waarop de groep het hazenpad kiest. Omdat Herman Lucas de bezetter
toch zoveel mogelijk wil blijven dwarszitten, probeert hij de tram van de
WSM te boycotten. Samen met Neervoort en Voskamp laat hij op 6 maart 's-
avonds om tien uur een goederentrein die uit de richting Poeldijk komt en de
overweg bij de Kleine Woerdlaan vlak bij het stationnetje in Naaldwijk wil
oversteken, ontsporen. De volgende dag zien de voorbijgangers hoe de
locomotief als gevolg van geknoei aan een wissel uit de rails is gelopen. De
marechaussee die een onderzoek instelt constateert opzet. De volgende dag
loopt een trein die van de andere kant afkomt meteen flink vaartje uit de
rails. Op 24 april wordt de wisseltruc nabij de Rolpaal in Honselersdijk
herhaald. Hoewel speurhonden worden ingezet, vindt men de daders niet. Omdat
de tramwegen te veel in de gaten gehouden worden, verlegt Herman zijn
activiteiten.
Brand
Op 16 april 1941 om vijf over tien wordt brand gemeld bij de veiling
Zwartendijk. Ook een fustloods van veiling Poeldijk wordt in brand gestoken.
Een tijdje denkt de politie in Jochem van den Berg, een onafhankelijk
raadslid de dader te hebben gevonden. Er worden tegen hem zeer bezwarende
verklaringen afgelegd, want hij zou langs de veiling zijn gefietst en in
zijn huis een verdacht flesje hebben bewaard. Ook zou hij gezegd hebben, de
veiling nog wel eens in brand te zullen steken, veel mensen beschouwen Van
den Berg als NSB'er. Maar bij gebrek aan bewijs wordt hij vrijgelaten. Later
als, Lucas na verraad wordt gearresteerd (1942) blijkt, dat hij de brand
samen met Theo Trompert heeft gesticht. Hij is in zijn eentje nog naar
Poeldijk gereden om met benzine die hij van de brandstichting over had; de
brand in Poeldijk te stichten.
Plakkaten
In mei 1941 worden in Naaldwijk en andere dorpen plakkaten opgehangen.
De burgemeesters van zes gemeenten schrijven: "Aan de Westlandsche
bevolking! De Burgemeester der Westlandsche gemeenten voelen zich verplicht,
zich met een ernstig woord tot hun ingezetenen te wenden in verband met in
enkele gemeenten den laatste tijd voorgekomen gebeurlijkheden, vooral aan
spoorlijnen en veilingloodsen, tusschen welke eenige samenhang niet
uitsloten kan geacht worden. Zij moeten de bevolking wijzen op de
gevaarlijke gevolgen, welke dergelijke voorvallen in deze tijden kunnen
medebrengen voor hunne gemeenten en de bevolking zelve en doen een ernstig
beroep op de burgerij om ten deze haar gezond verstand en zin voor orde te
bewaren. Door enkele kwaadwillige individuen kan aan het Westland niet te
overziene schade worden toegebracht. Ieder weldenkend burger neme hiertegen
stelling en geve aan de politie elke inlichting, welke voor haar van belang
kan zijn".

Klik op de foto
voor een grotere afbeelding
Voor die inlichtingen wordt een beloning van 250 gulden uitgeloofd. Ruim
een half jaar later lost de politie de zaak op als een 'gouden tip' over de
sabotagedaden binnenkomt, waarmee Herman Lucas wordt verraden. Dit heeft
onherroepelijk de dood van Herman Lucas tot gevolg en levert zware
gevangenisstraffen op yoor de mededaders. Herman Lucas, wiens geschiedenis
wij ontlenen aan het prachtige in 1995 verschenen werk 'Gemeente, Naaldwijk
1940-1945', wordt beschouwd als een van de verzetshelden van het Westland.
BRONVERMELDING:
Door: Aad van Holstein
Uit: Westlandsche Courant d.d. 24 januari 2001
|