| Leendert
Keesmaat
Hij werd verraden en
gevangen gezet in het ‘’Oranjehotel’’ te Scheveningen in November 1940. Zonder ooit verhoord te zijn geweest werd zij na enkele maanden vrijgelaten. Ook zijn broer Arie werd vrijgelaten. Tijdens de officiële verhoren werden Leendert en Wim gegeseld en mishandeld! Zij bekenden niet! Zij waren moedig en sterk. Aan het einde van het
proces , dat maanden duurde, volgde de uitspraak: Op 13 maart 1941
kregen zijn vrouw en ouders bericht dat zij afscheid konden nemen van hun
man en zoons. Zij zagen hun geliefde man en zoon lichamelijk zwaar gehavend maar geestelijk zeer sterk. Hij was bereid zijn leven te geven en ging met het zingen van Psalm 43 vers 4: ‘’Dan ga ik op tot Gods Altaren tot God mijn God de Bron van Vreugd’’ naar de fusilladeplaats. Na het delven van hun eigen graf vond de fusillade plaats. Het massagraf van de ‘’Achttien Doden’’ is na de oorlog gevonden en Leendert is herbegraven te Dordrecht op de Erebegraafplaats. De broers Keesmaat en
hun medegevangenen gaven elkaar boodschappen door via de verwarmingsbuizen. Hij heeft dit dagboek doorgespeeld aan medegevangene Pronk die het de familie deed toekomen. Ook bij het afscheid heeft hij nog enkele velletjes aan zijn vrouw kunnen overhandigen. In Schiedam is de 'Leendert Keesmaathof' naar hem vernoemd.
|