Bernardus IJzerdraat
Geboren
te Haarlem op 13 oktober 1891. Oprichter van de Geuzenbeweging.
Een van de verzetsstrijders van het eerste uur was Bernard
IJzerdraat. Hij was leraar handenarbeid geweest in Rotterdam en richtte
daarna een eigen weefschool op in het Gooi. Tijdens de crisis in de jaren
‘30 moest deze school sluiten. IJzerdraat ging als adviseur werken bij een
tapijtfabriek in Dinxperlo, dat in de Achterhoek tegen de Duitse grens aan
ligt. Vermoedelijk heeft hij daardoor van dichtbij de praktijken in
Hitler-Duitsland kunnen waarnemen. Deze vervulden hem met grote afkeer; hij
werd een overtuigd tegenstander van het nationaal-socialisme.
Hij sloot zich in 1936 aan bij de beweging Eenheid door Democratie. Deze
beweging keerde zich niet alleen tegen fascisme en nationaal-socialisme,
maar ook tegen het communisme. Zij waarschuwde vanaf het begin voor de
pro-Duitse propaganda van de NSB. Voorzitter van deze beweging was ir W.
Schermerhorn, de eerste na-oorlogse premier.
Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1939 was Bernard IJzerdraat
er heilig van overtuigd dat de Duitsers ons land zeker niet ongemoeid zouden
laten. Bij een eventuele Duitse invasie was hij was vastbesloten zich te
verzetten. Hij keerde terug naar Rotterdam, waar hij leraar werd aan enkele
scholen in Schiedam en Vlaardingen. Het bombardement van Rotterdam op 14 mei
1940 en de capitulatie diezelfde dag maakten een enorme indruk op hem en
waren het signaal om op te roepen tot verzet. Een dag later verscheen al
zijn eerste oproep in het Geuzenbericht – de naam van zijn verzetsgroep was
de Geuzen. De naam Geuzen is ontleend aan de naam van de opstandelingen
tegen de Spanjaarden in de 16de eeuw (de Tachtigjarige oorlog). Afkomstig
van het Franse woord 'gueux', dat 'schooiers, bedelaars' betekent en door de
Spanjaarden werd gebruikt als scheldnaam, werd deze benaming door de
opstandelingen juist als eretitel gebruikt.
De Geuzenactie
IJzerdraat omschreef het hoofddoel van zijn verzetsactie als volgt: "Overal
stellen we geheime agenten aan." De bedoeling was een netwerk op te richten,
dat zich onder meer met spionage zou bezighouden. Het netwerk moest vorm
krijgen door IJzerdraats oproep door betrouwbare personen te laten
vermenigvuldigen en op die manier nieuwe mensen bij de groep te betrekken.
Zijn verzetsorganisatie zou op militaire leest worden geschoeid. De eerste
leden waren leden van een wandelclub uit Vlaardingen, onder leiding van de
oud-stuurman
Arij Kop. Wapens had men aanvankelijk niet.
In en rond Rotterdam werden enkele groepen Geuzen opgericht. Er werden
plannen gesmeed voor sabotage, onder andere bij de scheepswerf
Wilton-Feijenoord. Net als bij de andere verzetsgroep van het eerste uur, de
Stijkelgroep, werden er amateuristische fouten gemaakt. Er bestond immers in
Nederland geen enkele ervaring met verzetswerk. Maar al te graag vertelden
sommige Geuzen over de organisatie die men aan het opbouwen was en wat er
zoal gedaan werd. Men onderschatte de jarenlange ervaring van de Duitse
contra-spionage op dit vlak.
Het pamflet ‘De Geus van 1940’ gaf plannen en aanwijzingen voor verzet. Men
stelde lijsten op van NSB’ers, collaborateurs en ‘Moffenmeiden’. Maar van
werkelijke sabotage-activiteiten kwam niet veel terecht. Het bleef bij een
beperkt aantal acties: de lichtkabel van de zoeklichtbatterij rondom
Rotterdam werd doorgesneden, evenals telefoonleidingen van de stellingen van
Hoek van Holland. Soms werden Duitse soldaten in het geheim uit de weg
geruimd.
Er waren enkele honderden personen bij de Geuzenactie betrokken. Ieder lid
legde de Geuzeneed af: "Ik beloof in deze ernstige tijden een goede
Nederlandse Geus te zijn, de Geuzenwet en de voorschriften van de
commandanten op te volgen. Wanneer ik op de een of andere wijze mijn belofte
schend, vervallen al mijn eigendommen aan het Geuzenleger, of wanneer dit
niet meer bestaat, aan de Nederlandse Staat."
Verraad
IJzerdraat reisde het hele land door om leiding te geven
aan de activiteiten en om zijn Geuzenleger uit te breiden. Hij deed het
voorkomen alsof er al een verbinding met Engeland tot stand was gekomen; dat
zou de leden van de groep stimuleren. Hij straalde een onverwoestbaar
optimisme uit. Al in juni 1940 schreef hij: "De hele wereld weet nu reeds,
dat Duitsland deze oorlog spoedig moet opgeven."
Met name in Vlaardingen werd er in het openbaar te veel gepraat over de
Geuzenactie. Het was slechts een kwestie van tijd tot de Duitsers zouden
ingrijpen. Dit gebeurde in november 1940 en niet in Rotterdam, maar in
Arnhem. Door loslippigheid van een Geus, die tot de Wilton-Feijenoordgroep
hoorde, kwamen gegevens over geheime wapenvoorraden in Schiedam een
NSB-kringleider in Arnhem ter ore. De kringleider stapte naar de Arnhemse
procureur-generaal en via deze werd de politie ingeschakeld. Een
rechercheur, die overigens niet pro-Duits was, werd met de zaak belast, maar
deze schakelde de Sicherheitspolizei in.
Nu werd de organisatie in snel tempo opgerold. Aan de Duitsers werd het
bestaan van de Geuzenactie verraden. Snel viel de naam van
Arij Kop, die, net
als zijn vrouw, werd gearresteerd. In heel Zuid-Holland rolden de Duitsers
diverse Geuzengroepen op. Honderden leden kwamen in het Oranjehotel in
Scheveningen terecht.
Op 25 november 1940 werd ook Bernard IJzerdraat opgepakt in Haarlem, waar
hij sinds juli 1940 werkzaam was als restaurator van tapijten in het Frans
Halsmuseum. Ook hij kwam na ondervraging in het Oranjehotel terecht.
Ongelukkigerwijze kregen de Duitsers bij zijn arrestatie een notitieboekje
in handen. Hierin stonden enkele namen vermeld van leden van een andere
verzetsgroep, de Oranjewacht. Ook van deze groep werden kort daarop 40 leden
opgepakt. Negen van hen werden gefusilleerd, de overigen werden naar Duitse
gevangenissen overgebracht.
De Achttien Doden
In februari 1941 begon het proces tegen de Geuzen in het gebouw van de Hoge
Raad in Den Haag voor het Feldgericht des Kommandierenden Generals und
Befehlshabers im Luftgau Holland.
Behalve degenen die in eerste instantie waren opgepakt was nog een flink
aantal mensen gearresteerd. Sommige Geuzen hadden tijdens de strenge
verhoren namen prijsgegeven. IJzerdraat zelf gaf geen enkele naam prijs,
ondanks de bijzonder harde wijze waarop hij door de Duitsers werd
ondervraagd. Hij kwam vaak bont en blauw geslagen in zijn cel terug. Ook
anderen werden gruwelijk mishandeld, onder wie
Arij Kop. De leider van de
Geuzen uit Maassluis, Ko Boezeman, stierf na helse martelingen in zijn cel.
Het proces werd gevoerd tegen 43 Geuzen, tegen wie men meende voldoende
bewijsmateriaal te hebben. De beschuldiging luidde: "hulpverlening aan de
vijand, spionage, ongeoorloofd wapenbezit, en beschadiging van militaire
installaties", terwijl de Geuzenacties eigenlijk bijzonder weinig effect
hadden gesorteerd. In de aanklacht was sprake van "ongeveer een miljoen
leden" van de Geuzenorganisatie.
Op 4 maart 1941 volgt de uitspraak: achttien Geuzen, onder wie IJzerdraat en
Kop, werden ter dood veroordeeld. Er werden gratieverzoeken ingediend bij de
hoogste Duitse militair in Nederland, generaal Christiansen. Op 13 maart
viel de beslissing: vijftien doodstraffen zouden worden voltrokken, drie
Geuzen, onder wie de achttienjarige scholier Sebil Minco, kregen levenslang.
Tot ontzetting van iedereen werd meegedeeld dat het vonnis nog dezelfde
middag zou worden voltrokken. De ter dood veroordeelden gingen langs bij de
gevangenispredikant, dominee Gerrit Bos. Terug in hun cellen zongen de
gevangenen het Wilhelmus.
De groep van vijftien Geuzen, waaraan drie Februaristakers waren toegevoegd,
werd vervolgens in vrachtauto’s naar de Waalsdorpervlakte vervoerd en
gefusilleerd. Het was de eerste massa-executie in Nederland, die in en
buiten het verzet grote indruk maakte. De groep van achttien doden is bekend
geworden door het gedicht ‘De achttien dooden’ van Jan Campert, die zelf in
1943 overleed in het concentratiekamp Neuengamme.
Bernard IJzerdraat werd begraven op de Waalsdorpervlakte, later herbegraven
in Wassenaar en tenslotte bijgezet op het Nederlands Ereveld Loenen bij
Apeldoorn. Aan hem werd later, in 1957, postuum het Verzetskruis toegekend.
In april 1941 werden 157 andere Geuzen naar het concentratiekamp Buchenwald
in Duitsland overgebracht. Van hen kwamen er 53 om.
De Geuzenactie leeft voort in de jaarlijkse uitreiking van de Geuzenpenning
van de Stichting Geuzenverzet. Deze onderscheiding wordt uitgereikt aan
personen die zich verzetten tegen uitingen van dictatuur en schending van
mensenrechten. De uitreiking ervan vindt plaats in de kerk van Vlaardingen,
de basis van de Geuzenactie in 1940.
bron:
Nationaal Archief
De volgende
straten zijn naar hem vernoemd:
- in Dinxperlo de "Bernard IJzerdraatstraat" (nog geen foto beschikbaar)
- in Haarlem de "Bernard
IJzerdraathof"
- in Heemskerk de "Bernard IJzerdraatweg"
- in Leidschendam de "Bernard
IJzerdraatplantsoen"
- in Oss de "Bernardus IJzerdraatstraat"
- in Schiedam de "Bernard
IJzerdraatsingel"
- in Vlaardingen de "Bernard
IJzerdraatstraat" |