Gerard ('Pijp') Jansen

Gerard ('Pijp') Jansen, geboren 13 februari 1923 te Meppel als zoon van bakker Jansen aan de Kruisstraat. Hij was bakker van beroep (zijn paspoort vermeldde echter dat hij boer was)

Zijn bijnaam "Pijp" komt uit een versje: "Pijpie drop, stond op zijn kale kop...."

Hij wordt lid van het Meppeler verzet met als leider Jan Gunnink (Oom Hein).

Ruijs, (zie het artikelen uit de Meppeler Courant d.d. 29 september 1983 en de Meppeler Courant d.d. 28 april 1993) een infiltrant in de Meppeler KP, bezorgde het verzet de tip dat er twee SD'ers op het station in Zwolle zouden arriveren, die belastende gegevens over het verzet in Meppel, Hoogeveen en Zeist bij zich hadden.
Op 2 augustus 1943 gingen 5 verzetsmannen naar het station in Zwolle. Drie van hen, Harry Drogt, Jan Toet en Gerard Jansen, gingen op stoeltjes aan de perronzijde zitten. De andere twee liepen terug naar de auto, waar een van hen zijn hoed had laten liggen. Het hele verhaal van Ruijs bleek een valstrik te zijn. Overal kwamen plots Duitsers vandaan. Gerard en Jan worden getroffen door kogels. De twee die naar de auto terugliepen, slaan alarm bij het verzet.

Na het ziekenhuis en kamp Westerbork, komt Gerard terecht in kamp Vught. Hij doet drie vergeefse vluchtpogingen en ook het verzet doet een poging hem te bevrijden, eveneens vruchteloos.
Uiteindelijk komt Gerard terecht in het 'Oranjehotel' te Scheveningen, in cel 490.

Er is bekend dat hij met bovengenoemden en Gerrit van den Berg, Wiepke Timersma en Johannes Kippers, op de vooravond van hun aller dood, psalmen zong in hun cel.

Op 14 april 1944 schreef hij een afscheidsbrief aan zijn familie, geliefde en bekenden. Diezelfde dag is hij, op 21-jarige leeftijd, te zamen met Fokke Jagersma, Jan Rijkmans, Hendrik Drogt en Jacob Kraal, op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd.


Bron: Esther Bosschert-van Engelen (achternicht van Gerard Jansen), IJsselstein

   

 TERUG NAAR EXECUTIES 1944